Rendang uit Boekoe Bagoes

Al jaren wil ik Rendang maken, het kwam er alleen nooit van. Niet zozeer omdat ik geen tijd had (het duurt een paar uur!), maar omdat ik niet durfde. Ik was bang dat ik het niet goed zou doen. Dat ik uren in de keuken zou staan en dan erachter kom dat het totaal niet lijkt op de echte Indonesische Rendang die ik zo graag eet. Maar ik heb dus toch besloten om het te proberen, ik wil gewoon weten of ik het kan.

Een tijdje terug heb ik van mijn moeder het boek Boekoe Bagoes gekregen. Het is een kookboek vol heerlijke herkenbare Indonesische recepten en familieverhalen. Dat maakt het kookboek anders dan normaal. Je bladert eerst door de mooie, herkenbare verhalen heen en kiest een recept op basis van het verhaal. Het voelt ook echt alsof je een familiegeheim in handen krijgt. Dit zorgt wel voor nog meer druk, dus wil ik het extra goed doen. Ik kies het Rendang recept die het meest lijkt op de Rendang die ik ken. Na het kopen van de ingrediënten kon ik aan de slag.

Het recept die ik hieronder gebruik komt uit het kookboek Boekoe Bagoes  Mocht je nu al net zo enthousiast worden van het boek als ik, je kunt hem o.a. hier online kopen.

INGREDIËNTEN
  • 3 teentjes knoflook, in plakjes
  • 2 uien, gesnipperd
  • 2 theelepels ketoembar
  • 2 theelepels koerkoema
  • 2 theelepels djintan
  • 2 eetlepels olie
  • 1 eetlepel sambal oelek (ik heb er 2 in gedaan, lekker beetje pittig)
  • 500 g mager rundvlees, in blokjes (mijn tip: het beste is om riblappen te gebruiken. Het vet zorgt voor meer smaak en het vlees is malser. Als je niet zo’n fan bent van het vet dan runderlappen)
  • stukje laos
  • 2 salamblaadjes
  • 200 ml kokosmelk
BEREIDEN

Fruit op laag vuur knoflook, uien, ketoembar, koerkoema, djintan en sambal in de olie. Hussel het vlees erdoor en schenk er een scheutje water bij. Voeg laos en salamblaadjes toe. Laat alles sudderen, voeg nog een scheutje water toe als het droog kookt. Voeg de kokosmelk toe en laat de saus inkoken op laag vuur.

And then we wait! Ik heb de stoofpan ongeveer 5 uur op het vuur laten staan. Ik had er zoveel plezier in. Elke 30 minuten keek ik of alles nog goed ging in de pan. En telkens zag ik verandering in de pan, het werd steeds bruiner en smeuïger. Na ongeveer 5 uur haalde ik de Rendang van het vuur en het zag er zo mooi uit. Nu nog hopen dat het ook lekker smaakt. Ik nam een hap, en ah yeah! Ik stond zo verbaasd van het resultaat. Ik kan gewoon echte Indonesische Rendang maken. Dit smaakt naar meer. Ik heb besloten dat ik vanaf nu elke week een Indonesisch gerecht ga proberen te maken. Om mezelf uit te dagen, maar ook omdat ik er zoveel plezier in heb. Ik denk dat ik iemand hier heel erg blij mee maak thuis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *